Het zoontje van mijn vroegere buurvrouw heeft afgelopen zondag tijdens zijn allereerste voetbalwedstrijd twee doelpunten gemaakt. Buurvrouw was apetrots. En een voormalige collega is uiteten geweest met zijn familie, zijn ouders waren vijftig jaar getrouwd. Als voorgerecht heeft hij een carpaccio van ree genomen, met een heerlijke herfstsalade. Het zag er bijzonder smakelijk uit.
Zelf heb ik zaterdagmiddag een boswandeling gemaakt met mijn honden. Toen tussen de regenbuien door een waterig zonnetje doorbrak, werd ik getrakteerd op een prachtige regenboog. Dat leverde een mooi plaatje op, dat nog voordat ik thuis was al door negentien vrienden als leuk was gekwalificeerd.
Facebook. Volgens Wikipedia ontstond Facebook – toen nog ‘The facebook’ - op 4 februari 2004. Dat is minder dan tien jaar geleden. In eerste instantie konden alleen Harvard-studenten lid worden, maar in 2006 werd Facebook openbaar en inmiddels kent het netwerk wereldwijd meer dan een miljard gebruikers. Meer dan een miljard! Terwijl we slechts met z’n iets-meer-dan-zeven-miljard zijn! En je pas vanaf je 13e een Facebookaccount mag aanmaken! Ik kon het nauwelijks geloven toen ik die cijfers zag, maar het is echt waar.
Alleen al in Nederland zijn er momenteel zo’n 7,9 miljoen Facebookgebruikers. En één van hen ben ik.
Ik vond het altijd maar flauwekul, die sociale media. Eerst was er Hyves, waar ik nauwelijks de lol van inzag. Toen ik van lieverlee uiteindelijk toch een account had aangemaakt om te kunnen zien waar iedereen het nu eigenlijk over had, bleek Hyves ineens niet meer hot te zijn, en telde je alleen nog maar mee als je ‘op’ Facebook zat. Een tijdlang heb ik dapper geroepen dat ik het allemaal onzin vond, tijdverspilling, stompzinnig gedoe. Desondanks werd ik – ik heb de exacte datum er volledigheidshalve even bij gezocht – op 16 december 2010 lid van Facebook.
En vandaag, minder dan drie jaar later, is één van de eerste dingen die ik ’s ochtends als ik opsta doe, Facebook checken. Alsof het best wel eens zou kunnen dat er in de uren die ik slapend heb doorgebracht, iets is gebeurd dat ik beslist nog vóór het ontbijt moet weten. Dat is echter nooit het geval.
Op kantoor ligt mijn telefoon voor me op mijn bureau. Dat mag. Ik ben mijn eigen baas en heb mezelf toestemming gegeven mijn mobiel voortdurend binnen handbereik te hebben. Dat heeft allerlei praktische redenen. Ik zou nu dolgraag roepen dat ik mijn telefoon alleen in geval van één van die praktische redenen ter hand neem. Helaas is dat niet waar. Zodra ik op de vaste lijn met een bedrijf of instantie bel, en ik langer dan tien seconden in de wacht word gezet, grijp ik naar mijn mobiel. Terwijl ik – soms best lang - wacht tot ik word doorverbonden, scrol ik vluchtig door de Facebook startpagina, die zich in rap tempo vult met razend interessante informatie. Zo heeft mevrouw X gisteren een enorm spannend boek gelezen en kreeg het hondje van meneer Y een slagroomtaart voor z’n verjaardag. Verder blijkt het in diverse delen van het land flink te stormen en zijn veel van mijn Facebookvrienden tegen het afschaffen van het sinterklaasfeest. Bovendien kan ik een mooie tas winnen als ik een reclameboodschap leuk vind en deel.
Iedere middag na de lunch ga ik met de honden wandelen. Ook mijn honden zijn, net als die van mijn Facebookvrienden, de mooiste en liefste dieren van de hele wereld, en uiteraard is het van groot belang dat de mensheid zich van dit feit bewust is. Dus fotografeer ik er tijdens mijn wandelingen vrolijk op los, waarbij inmiddels geldt dat een foto pas een foto is, als hij geüpload is. Ook andere bezienswaardigheden, zoals paddenstoelen (mooi) en zwerfvuil (schande!) worden op de gevoelige plaat vastgelegd en met de wereld gedeeld.
Als ik tijdens zo’n wandeling een bankje passeer, kan het gebeuren dat ik even ga zitten. Even scrollen. Kijk, daar heb je het al, had ik dat bijna gemist: het dochtertje van de zus van een kennis heeft haar zwemdiploma gehaald, en een hondenliefhebber heeft een nieuwe halsband gekocht voor zijn oogappel. Verder hebben diverse mensen in uiteenlopende spelletjes een of meerdere levels voltooid. Waarlijk een mooie prestatie. En zie daar, dertien vrienden vinden de foto die ik zonet geplaatst heb leuk.
Terwijl Kari en Saku zich vermaken met het versnipperen van dode takken en het graven van kuilen, typ ik ijverig reacties en like ik andermans kiekjes. Het is weer beregezellig op Facebook!
Maar dat is nu afgelopen! Onlangs las ik namelijk ergens een oproep voor vrouwen die bereid waren te vertellen over hun Facebookverslaving. Ik schrok. Was ik zo iemand? Verslaafd aan Facebook? Ik haalde opgelucht adem toen ik las dat werd verzocht om in een e-mail aan te geven hoeveel uren dagelijks aan Facebook werden besteed. Úren. Ik was meteen gerustgesteld. Ik besteed geen uren per dag aan sociale media.
Toch heeft die oproep me aan het denken gezet. Want ik zit wel op een bankje in het bos op mijn mobiel te turen. En thuis kan ik nauwelijks nog zonder telefoon naar het toilet. Terwijl ik deze column schrijf, heb ik me al meerdere malen op Facebook begeven. Louter en alleen om wat feitjes te checken, dat moge duidelijk zijn. Maar tegelijkertijd zag ik ‘langskomen’ dat een 100-jarige een parachutesprong heeft gemaakt, dat alwéér iemand zijn of haar kat kwijt is (waarom wordt er niet beter op die beesten gelet?) en dat sommigen van mijn vrienden inmiddels hun bedje hebben opgezocht. Terwijl anderen zojuist hun profielfoto hebben gewijzigd (vind ik leuk) of – zie ik nu pas – hun verjaardag vieren (alsnog van harte gefeliciteerd).
Om mezelf ervoor te behoeden dat ik in mijn volgende column moet toegeven jammerlijk te hebben gefaald, wil ik ter afsluiting een voorzichtig voornemen formuleren. Hoe leuk en interessant de belevenissen van mijn Facebook vrienden ook zijn, vanaf nu ga ik proberen iets meer tijd te besteden aan mijn eigen leven. Weer eens een goed boek lezen. Of eentje schrijven misschien.








