
Op het programma staat Jonathan Safran Foer ‚Extreem Luid en Ongelooflijk Dichtbij’. Het boek is door de groepsleden gelezen en nader overdacht aan de hand van de door bureau Senia gemaakte handleiding.
Tussen half tien en tien uur komen we binnen en ‘gastvrouw bij toerbeurt’, Ineke voorziet ons van koffie, thee en decemberlekkers. Het gesprek gaat vrijwel meteen over het genoemde of andere boeken. Dat weerspiegelt de verbindende factor in deze groep, het zich met plezier voeden met literatuur.
Klokslag tien uur beginnen we met het beantwoorden van de vragen - om de beurt nemen we een vraag - en dan lijkt het alsof we samen een reis maken, waarbij alle mogelijke levensthema’s aan de orde komen. Een reis door de hoofden van de hoofdpersonen Oskar en zijn opa en oma dit keer.
Ruimte gevend en nemend vertelt iedereen over wat de vragen bij haar oproepen. Soms kort en eensgezind, soms verschillend en dwalen we ver af van het uitgangspunt. Maar altijd verrijkend. De tijd vliegt en als een soort ontwaken keren we rond half een weer in de werkelijkheid terug en gaat ieder haar weg, zich verheugend op de volgende keer.
En dan het boek zelf. Eigenlijk zou men het gewoon moeten lezen en beleven hoe Safran Foer beschrijft hoe intens getraumatiseerde mensen trachten te overleven. Daarbij zijn humor inzettend om het onbeschrijflijke leed en het verdriet te ‘verwoorden’.
We zien hoe de oma en opa van Oskar na WO- II de hel van Dresden zijn ontvlucht om in New York een nieuw leven te beginnen. Hetgeen de opa, die zijn spraakvermogen verloren heeft, overigens niet lukt. Het noodlot voorziet in een nieuwe hel; hun zoon komt om in de vuurzee na de aanslag op de Twin Towers, zijn zoontje van negen achterlatend. Vertwijfeld en met een groot geheim. Door middel van een zoektocht naar het slot waarop een sleutel van zijn vader past tracht dit hypergevoelige en intelligente ventje weer greep te krijgen op zijn leven.
De relaties van de hoofdpersonen kenmerken zich door het onvermogen om hun liefde voor elkaar op een directe manier te uiten. Dit resulteert in nogal bizarre situaties, bijvoorbeeld de verdeling van het appartement van de grootouders in ‘Iets- en Nietsplekken’ en het schrijven van een boek van duizend blanco pagina’s door de oma, die de opa leest. Of hartverscheurende: de manier waarop Oskar omgaat met de laatste woorden van zijn vader.
Safran Foer slaagt er goed in om grote verhalen, WO-II, de aanslag in New York , klein te vertellen in de vorm van aangrijpende persoonlijke ervaringen.
Een dergelijk boek bespreken in een inspirerende groep is - met Oskar te sprekend - ‘een van de goede dingen, die ons zijn overkomen’.
Namens Diny, Ineke, Joke, Leny, Mia, Ruth en Vera,
Dorothé


