
De Russisch-Franse joodse auteur (Kiev 1903-Auschwitz 1942) werd in 1929 bekend in Frankrijk met haar opzienbarende debuutroman 'David Golder'; postuum is haar de Prix Renaudot toegekend voor haar pas in 2004 verschenen roman 'Suite francaise' (in 2005 in Nederland verschenen als 'Storm in juni').
De 14-jarige Antoinette Kampf groeit op bij een liefdeloze moeder en een vader die als beurshandelaar zijn slag heeft geslagen. Om te tonen wat de Kamps zich nu kunnen veroorloven, geeft de moeder, die zich vol overgave wijdt aan rijkdom en juwelen, een groots bal. Antoinette mag daar niet bij zijn; zij zal tijdens het bal naar een achterkamertje worden verbannen. Dat zet de dochter aan tot een weergaloze wraakoefening. Ook in deze kleine, venijnige novelle (1930, in 1931 door Thiele verfilmd) speelt de kille, egocentrische, omhoog gevallen moeder - terugkerend personage in het oeuvre - een belangrijke rol; de vader is een karikaturale versie van de joodse handelaar.


